maandag 4 augustus 2008

Dag 100: dinsdag 29 juli 2008: van Yasmina Hammamet naar Kélibia: Tunesië.
Om 8u30 vaarden we de haven uit met een NO wind, maar vanuit Kélibia zou de wind voor ons gunstiger worden.
Roger probeerde te vissen, maar kreeg geen enkele beet. Gelukkig want bij zo’n rotzee hoeft het voor mij niet.
Een grote schildpad kwam aan de oppervlakte naast de boot en verdween weer even snel als hij verscheen.
We probeerden te zeilen, scherp aan de wind, maar de wind nam toe en de zee werd zwaarder. Het werd een gevecht tegen de natuurinvloeden, opkruisen had weinig zin. De motor draaide op volle toeren, maar de Antidote dook telkens in de zware golven en zette ons van 5kn. terug tot 2,5 kn terwijl het zoute water over het dek vloog. Slechts om 17 uur vaarden we uitgeteld de vissershaven binnen na 44mijl, waar we aanlegden aan de Grand Soleil van een Italiaanse solozeiler. Hier is slechts plaats voor een 4 tal zeilboten, maar we lagen er met een 20 tal tegen mekaar geplakt en als we aan wal wilde moesten we eerst over 5 boten stappen.
De port police kwam onze papieren halen, want we verlaten morgen Tunesië. De havenmeester was naar het strand en kwam na 19 uur. Hij had dorst en lustte wel een pintje.
Nadien gingen we nog vlug onze laatste dinars opkopen, want hun geld mag het land niet uit.
Brood, groenten en fruit en ik vroeg achter muskaatwijn uit hun streek, want ik had dat gelezen. Maar dat viel niet in goed aarde. Een verontwaardigde man zei me:"Mevrouw, je bent in Tunesië. Wij drinken geen alcohol". Ik zei niets, maar dacht aan de havenmeester en de zovele andere mannelijke Tunesiërs, die we zagen aanschuiven aan de alcoholstanden achter de gordijnen in de supermarkten of op café achter een pintje of een glaasje wijn bij het eten.

Geen opmerkingen: