Dag 36: maandag 26 mei 2008: Loutra: Kithnos.
Morgen vertrekken we naar Lavrion en Roger gaf me de opdracht de vaarroute voor te bereiden. Niet gemakkelijk met zo’n ongeduldige kapitein, maar het lukte me wel.
Ongeveer een 27 mijl staan ons te wachten. Misschien kunnen we vandaar uit Athene bezoeken, want in de haven van Athene is er bijna nooit plaats.
We vertrokken niet, want het is hier zo rustig en gezellig dat we nog een dagje bleven liggen.
We ontdekten hier een warmwaterbron, waar ik natuurlijk ook eens wilde in zitten terwijl Roger ging zwemmen. Je moet er van profiteren, want ze is hier wel bekend door de zeilers, want een Fransman zei: “1 uur in de bron en je bent 30 jaar jonger”, wat natuurlijk wil zeggen dat ik er maar 2 maal mag gaan inzitten. Swat, ik doe wat ik wil, want die Fransman wil de bron voor hem alleen.
Parasailing doen ze hier ook. Dat zou nog iets voor mij zijn.
dinsdag 27 mei 2008
maandag 26 mei 2008
Dag 35: zondag 25 mei 2008: Loutra: Kithnos.
Vanmorgen vertrokken er al veel boten, doch tegen de avond lag de haven weer vol charters. ’s Zondags vertrekken de charters vanuit een van hun thuishavens en in dit geval is het Lavrion een 78 km van Athene. Kithnos is het eerste eiland van de Cycladen waar de charters dan belanden: meestal Duitsers, Russen en Italianen.
De meeste eilandtoeristen laten het links liggen en dat is ook niet zo verwonderlijk, want het eiland heeft weinig mooie stranden of bezienswaardigheden. Het landschap is veel minder imposant als de andere eilanden, maar in Loutra hebben ze wel een warmwaterbron waar je, je spieren heerlijk kunt in opwarmen en je gewrichten terug soepel worden!!!
Wij vinden Loutra een aangenaam dorpje rond de haven met slechts enkele restaurantjes waar je heerlijke moussaká kunt eten. Meer moet dat niet zijn.
Kithnos heeft nog een andere haven aan de westkant van het eiland: Mérikha waar de veerboten uit Piraeus hun eerste stop hebben op weg naar de Westelijk Cycladen, en waar je beter met je zeilboot wegblijft voor de drukte en de deining veroorzaakt door al de veerboten.
Nog even iets over Wapo. Hij leeft nu al enkele dagen op panadol en antdibiotica en hij ziet er beter uit. Hopelijk houdt hij het dit seizoen nog vol want Suzanna heeft het er moeilijk mee.
Je ziet dat het beestje versleten is.
Vanmorgen vertrokken er al veel boten, doch tegen de avond lag de haven weer vol charters. ’s Zondags vertrekken de charters vanuit een van hun thuishavens en in dit geval is het Lavrion een 78 km van Athene. Kithnos is het eerste eiland van de Cycladen waar de charters dan belanden: meestal Duitsers, Russen en Italianen.
De meeste eilandtoeristen laten het links liggen en dat is ook niet zo verwonderlijk, want het eiland heeft weinig mooie stranden of bezienswaardigheden. Het landschap is veel minder imposant als de andere eilanden, maar in Loutra hebben ze wel een warmwaterbron waar je, je spieren heerlijk kunt in opwarmen en je gewrichten terug soepel worden!!!
Wij vinden Loutra een aangenaam dorpje rond de haven met slechts enkele restaurantjes waar je heerlijke moussaká kunt eten. Meer moet dat niet zijn.
Kithnos heeft nog een andere haven aan de westkant van het eiland: Mérikha waar de veerboten uit Piraeus hun eerste stop hebben op weg naar de Westelijk Cycladen, en waar je beter met je zeilboot wegblijft voor de drukte en de deining veroorzaakt door al de veerboten.
Nog even iets over Wapo. Hij leeft nu al enkele dagen op panadol en antdibiotica en hij ziet er beter uit. Hopelijk houdt hij het dit seizoen nog vol want Suzanna heeft het er moeilijk mee.
Je ziet dat het beestje versleten is.
Dag 35: zondag 25 mei 2008: Loutra: Kithnos.
Vanmorgen vertrokken er al veel boten, doch tegen de avond lag de haven weer vol charters. ’s Zondags vertrekken de charters vanuit een van hun thuishavens en in dit geval is het Lavrion een 78 km van Athene. Kithnos is het eerste eiland van de Cycladen waar de charters dan belanden: meestal Duitsers, Russen en Italianen.
De meeste eilandtoeristen laten het links liggen en dat is ook niet zo verwonderlijk, want het eiland heeft weinig mooie stranden of bezienswaardigheden. Het landschap is veel minder imposant als de andere eilanden, maar in Loutra hebben ze wel een warmwaterbron waar je, je spieren heerlijk kunt in opwarmen en je gewrichten terug soepel worden!!!
Wij vinden Loutra een aangenaam dorpje rond de haven met slechts enkele restaurantjes waar je heerlijke moussaká kunt eten. Meer moet dat niet zijn.
Kithnos heeft nog een andere haven aan de westkant van het eiland: Mérikha waar de veerboten uit Piraeus hun eerste stop hebben op weg naar de Westelijk Cycladen, en waar je beter met je zeilboot wegblijft voor de drukte en de deining veroorzaakt door al de veerboten.
Nog even iets over Wapo. Hij leeft nu al enkele dagen op panadol en antdibiotica en hij ziet er beter uit. Hopelijk houdt hij het dit seizoen nog vol want Suzanna heeft het er moeilijk mee.
Je ziet dat het beestje versleten is.
Vanmorgen vertrokken er al veel boten, doch tegen de avond lag de haven weer vol charters. ’s Zondags vertrekken de charters vanuit een van hun thuishavens en in dit geval is het Lavrion een 78 km van Athene. Kithnos is het eerste eiland van de Cycladen waar de charters dan belanden: meestal Duitsers, Russen en Italianen.
De meeste eilandtoeristen laten het links liggen en dat is ook niet zo verwonderlijk, want het eiland heeft weinig mooie stranden of bezienswaardigheden. Het landschap is veel minder imposant als de andere eilanden, maar in Loutra hebben ze wel een warmwaterbron waar je, je spieren heerlijk kunt in opwarmen en je gewrichten terug soepel worden!!!
Wij vinden Loutra een aangenaam dorpje rond de haven met slechts enkele restaurantjes waar je heerlijke moussaká kunt eten. Meer moet dat niet zijn.
Kithnos heeft nog een andere haven aan de westkant van het eiland: Mérikha waar de veerboten uit Piraeus hun eerste stop hebben op weg naar de Westelijk Cycladen, en waar je beter met je zeilboot wegblijft voor de drukte en de deining veroorzaakt door al de veerboten.
Nog even iets over Wapo. Hij leeft nu al enkele dagen op panadol en antdibiotica en hij ziet er beter uit. Hopelijk houdt hij het dit seizoen nog vol want Suzanna heeft het er moeilijk mee.
Je ziet dat het beestje versleten is.
Dag 34: zaterdag 24 mei 2008: van Syros naar Kithnos.
Kithnos ligt ten westen van Syros, dus geen westenwind voor ons, maar dat hadden ze hierboven verkeerd begrepen.
Gelukkig waren ze ons toch nog iets goed gezind, want er was geen wind. Dus van zeilen kwam wel niets in huis, maar de A.P. heeft ons tijdens de trip niet in de steek gelaten. Zou Roger zijn werk dan toch voor niets geweest zijn?
Om 9 uur vertrokken de Solaris II en de Antidote om na 30,56 mijl om 14 uur aan te meren in Loutra: een klein haventje aan een klein dorpje.
Wapo, 14 jaar oud, was ziek geweest en had de bemanning van de Solaris II de ganse nacht wakker gehouden. Het beestje is versleten, maar afscheid nemen is niet gemakkelijk. We kunnen er van mee spreken.
Hij moet echt pijn gehad hebben, want hij jankte voortdurend. We probeerden met ¼ panadol, maar Suzanna heeft hem ½ moeten bijgeven voor hij wat kalmer werd. Nu maar afwachten.
In de haven aangekomen hadden we beiden een goed plaatsje, maar de port-police kwam vragen of we allen wat dichter bij elkaar wilden liggen omdat er een “very impotent person “ seffens in de haven kwam. Wie mocht dat wel zijn?
We verwachtten allen een grote sjiek yacht, met wie weet wie, maar het was een tussen haakjes kleine motorboot met vader en zoon. Volgens ons gewoon een vriend van de port-police. Relaties hé en alles komt in orde.
Kithnos ligt ten westen van Syros, dus geen westenwind voor ons, maar dat hadden ze hierboven verkeerd begrepen.
Gelukkig waren ze ons toch nog iets goed gezind, want er was geen wind. Dus van zeilen kwam wel niets in huis, maar de A.P. heeft ons tijdens de trip niet in de steek gelaten. Zou Roger zijn werk dan toch voor niets geweest zijn?
Om 9 uur vertrokken de Solaris II en de Antidote om na 30,56 mijl om 14 uur aan te meren in Loutra: een klein haventje aan een klein dorpje.
Wapo, 14 jaar oud, was ziek geweest en had de bemanning van de Solaris II de ganse nacht wakker gehouden. Het beestje is versleten, maar afscheid nemen is niet gemakkelijk. We kunnen er van mee spreken.
Hij moet echt pijn gehad hebben, want hij jankte voortdurend. We probeerden met ¼ panadol, maar Suzanna heeft hem ½ moeten bijgeven voor hij wat kalmer werd. Nu maar afwachten.
In de haven aangekomen hadden we beiden een goed plaatsje, maar de port-police kwam vragen of we allen wat dichter bij elkaar wilden liggen omdat er een “very impotent person “ seffens in de haven kwam. Wie mocht dat wel zijn?
We verwachtten allen een grote sjiek yacht, met wie weet wie, maar het was een tussen haakjes kleine motorboot met vader en zoon. Volgens ons gewoon een vriend van de port-police. Relaties hé en alles komt in orde.
Dag 33: vrijdag 23 mei 2008: Ermoûpoli: Marina Sirou: Syros.
De wind blijft W zitten en wij moeten west, dus bleven we nog een dagje langer. We hebben hier wel geen water of elektriciteit, maar water hebben we nog genoeg en elektriciteit, daar hebben we een groepje voor, maar Roger is er weer hard aan het werken,want hij krijgt het ding moeilijk aan de gang. Carlo stond hem weer bij. Zal het helpen?
Ja, ja het hielp na lang sleutelen. Nu konden we de ganse haven van elektriciteit voorzien, maar dat was niet nodig.
We lieten ons met de bus nog eens naar het centrum voeren, Ermoûpoli nog eens opsnuiven met een lekkere ouzo op de Plaza, nog wat boodschappen in de Champion en dan platte rust.
Morgen gaan we nu echt verder en de Solaris II, Carlo, Suzanna en Wapo de hond) vroegen of ze mee mochten, want voor hen was het dit jaar hun eerste trip.
De wind blijft W zitten en wij moeten west, dus bleven we nog een dagje langer. We hebben hier wel geen water of elektriciteit, maar water hebben we nog genoeg en elektriciteit, daar hebben we een groepje voor, maar Roger is er weer hard aan het werken,want hij krijgt het ding moeilijk aan de gang. Carlo stond hem weer bij. Zal het helpen?
Ja, ja het hielp na lang sleutelen. Nu konden we de ganse haven van elektriciteit voorzien, maar dat was niet nodig.
We lieten ons met de bus nog eens naar het centrum voeren, Ermoûpoli nog eens opsnuiven met een lekkere ouzo op de Plaza, nog wat boodschappen in de Champion en dan platte rust.
Morgen gaan we nu echt verder en de Solaris II, Carlo, Suzanna en Wapo de hond) vroegen of ze mee mochten, want voor hen was het dit jaar hun eerste trip.
Dag 32: donderdag 22 mei 2008: Ermoûpoli: Marina Sirou: Syros.
Ermoûpoli heeft twee middeleeuwse wijken gelegen op twee heuvels naast elkaar.
Ano Sýros, een doolhof van steegjes en katholieke kerkjes uit de Venetiaanse tijd en Vrondado, de orthodoxe wijk van de stad ook met zijn kerken, want die kunnen er ook wat van.
Het is minstens 2 km klimmen langs trappen en we kozen voor Ano Sýros. Toen het klimmen achter de rug was, waren we op het hoogste punt van Vrondada aan de Orthodoxe kerk. We hadden ons van berg vergist, maar het zicht vandaar over de haven was ook adembenemend en we hadden al niet veel adem meer.
We bezochten de mooie kerk, waar de priester uitleg gaf over al zijn schatten, maar we verstonden geen knijp van wat de brave man zei. Gelukkig had Athoula ons het Paasweekend al uitleg gegeven en knikten we maar instemmend.
Terug de nodige adem gekregen, daalden we af naar de haven om op de Plaza een ouzo te drinken en daar zat het weeral vol Grieken. Wanneer werken die eigenlijk?
De gemiddelde Griek beschouwt werken (zegden ze ons zelf) als een vloek en iets wat hij tussen de vakanties door doet. Er zijn zo’n 12 officiële feestdagen, plus een 22 betaalde vakantiedagen. Voeg daar de weekends, ziektedagen en allerlei stakingen bij (onlangs wegens de stijgende prijzen van de olie)dan is het mogelijk dat een Griek ongeveer de helft van het jaar bezig is met datgene dat hij het liefst doet: niets en telefoneren.
Waar ze helemaal een hekel aan hebben is stiptheid. Spreek je met hen af om 14 u., je hoeft je niet te haasten. Ze komen wel, maar…. Maar als ze dan nog op jou moeten wachten, vinden ze dat niet erg.
Ermoûpoli heeft twee middeleeuwse wijken gelegen op twee heuvels naast elkaar.
Ano Sýros, een doolhof van steegjes en katholieke kerkjes uit de Venetiaanse tijd en Vrondado, de orthodoxe wijk van de stad ook met zijn kerken, want die kunnen er ook wat van.
Het is minstens 2 km klimmen langs trappen en we kozen voor Ano Sýros. Toen het klimmen achter de rug was, waren we op het hoogste punt van Vrondada aan de Orthodoxe kerk. We hadden ons van berg vergist, maar het zicht vandaar over de haven was ook adembenemend en we hadden al niet veel adem meer.
We bezochten de mooie kerk, waar de priester uitleg gaf over al zijn schatten, maar we verstonden geen knijp van wat de brave man zei. Gelukkig had Athoula ons het Paasweekend al uitleg gegeven en knikten we maar instemmend.
Terug de nodige adem gekregen, daalden we af naar de haven om op de Plaza een ouzo te drinken en daar zat het weeral vol Grieken. Wanneer werken die eigenlijk?
De gemiddelde Griek beschouwt werken (zegden ze ons zelf) als een vloek en iets wat hij tussen de vakanties door doet. Er zijn zo’n 12 officiële feestdagen, plus een 22 betaalde vakantiedagen. Voeg daar de weekends, ziektedagen en allerlei stakingen bij (onlangs wegens de stijgende prijzen van de olie)dan is het mogelijk dat een Griek ongeveer de helft van het jaar bezig is met datgene dat hij het liefst doet: niets en telefoneren.
Waar ze helemaal een hekel aan hebben is stiptheid. Spreek je met hen af om 14 u., je hoeft je niet te haasten. Ze komen wel, maar…. Maar als ze dan nog op jou moeten wachten, vinden ze dat niet erg.
In Ermoûpoli is het openbaar vervoer reeds jaren gratis. Steve heeft gespiekt bij de Grieken. Foei! En wij maar denken dat hij iets nieuws in de wereld bracht. Het enige verschil is: dat er hier met de dienstregeling (elk half uur) geen rekening wordt gehouden. Zie je een bus, spring er op en ze brengen je wel ter plaatse. Ze rijden op en aan.
Dag 31: woensdag 21 mei 2008: Ermoûpoli: Marina Sirou: Syros.
De ganse nacht was het zeer woelig en de Grieken zijn echte taterende nachtbrakers, want de terrasjes zaten vol. We lagen er precies middenin.
’s Morgens was de wind afgenomen en konden we de boot toch verlaten en wat op verkenning gaan. Ondanks de nachtelijke drukte, was het ’s morgens: vanaf een uur of 11 tot 14 uur weer heel druk in de straten. De Grieken waren uitgeslapen.
Denk niet dat je in België bent en steek alleen de straat over als je zeker weet dat het veilig is, want een Griek stopt niet voor een voetganger. Alles op wielen met een motor heeft blijkbaar voorrang en een politieagent zie je dan niet. Het heeft zo allemaal wel zijn scharmes.
Syros is een van de dichtstbevolkte eilanden met minstens 20.000 inwoners en tel daar dan de toeristen nog eens bij. In de hoofdstad zelf: Ermoûpoli wonen al een 15.000 inwoners. Het is een welvarende stad met een statige stadarchitectuur en prachtige neoclassicistische gebouwen die stammen uit de eerste helft van de 19° eeuw. Ermoûpoli was de meest welvarende stad van het nieuwe Griekenland. In 1839, na de voltooiing van het kanaal van Korinthië, werd het door Piraeus overschaduwd. Daar gaan wij ook naar toe en ik ben eens benieuwd.
Rond het middaguur vaarden we naar de andere kant van de haven dus naar de verlaten haven, want Roger moest de A.P. nog nakijken en dat doe je best in een rustige haven, waar je geen last hebt van de sterke deining.
Onze achterbuur, de Solaris II, is een Italiaans koppel. Hij kent slechts enkele woorden Frans en zijn vrouwtje kent wat Engels. Ze hebben een hond: Wapo, een braaf beest dat niet goed meer hoort of ziet, maar toen we kwamen aangevaren blafte hij toch. Een goede waker toch?
Roger heeft de boot omgebouwd tot een werf, tot hij hopelijk de oorzaak van de koppige piloot gevonden heeft. Onze buurman, Carlo kwam hem bijstaan met woord (meer met gebaren) en daad.
De ganse nacht was het zeer woelig en de Grieken zijn echte taterende nachtbrakers, want de terrasjes zaten vol. We lagen er precies middenin.
’s Morgens was de wind afgenomen en konden we de boot toch verlaten en wat op verkenning gaan. Ondanks de nachtelijke drukte, was het ’s morgens: vanaf een uur of 11 tot 14 uur weer heel druk in de straten. De Grieken waren uitgeslapen.
Denk niet dat je in België bent en steek alleen de straat over als je zeker weet dat het veilig is, want een Griek stopt niet voor een voetganger. Alles op wielen met een motor heeft blijkbaar voorrang en een politieagent zie je dan niet. Het heeft zo allemaal wel zijn scharmes.
Syros is een van de dichtstbevolkte eilanden met minstens 20.000 inwoners en tel daar dan de toeristen nog eens bij. In de hoofdstad zelf: Ermoûpoli wonen al een 15.000 inwoners. Het is een welvarende stad met een statige stadarchitectuur en prachtige neoclassicistische gebouwen die stammen uit de eerste helft van de 19° eeuw. Ermoûpoli was de meest welvarende stad van het nieuwe Griekenland. In 1839, na de voltooiing van het kanaal van Korinthië, werd het door Piraeus overschaduwd. Daar gaan wij ook naar toe en ik ben eens benieuwd.
Rond het middaguur vaarden we naar de andere kant van de haven dus naar de verlaten haven, want Roger moest de A.P. nog nakijken en dat doe je best in een rustige haven, waar je geen last hebt van de sterke deining.
Onze achterbuur, de Solaris II, is een Italiaans koppel. Hij kent slechts enkele woorden Frans en zijn vrouwtje kent wat Engels. Ze hebben een hond: Wapo, een braaf beest dat niet goed meer hoort of ziet, maar toen we kwamen aangevaren blafte hij toch. Een goede waker toch?
Roger heeft de boot omgebouwd tot een werf, tot hij hopelijk de oorzaak van de koppige piloot gevonden heeft. Onze buurman, Carlo kwam hem bijstaan met woord (meer met gebaren) en daad.
Dag 30: dinsdag 20 mei 2008: van Paros naar Syros.
De lucht was grauw en het was niet echt warm, maar de wind was rustig geworden.
Om 9u30 vertrokken we richting Syros, in de hoop dat de zon toch zou doorbreken en de wind wat zou aanwakkeren en dat gebeurde. Na 5 mijl, moesten we van koers veranderen De wind zat goed, N-NO 3 tot 4 bf.. We zeilden halve wind met een snelheid van 6 à 6,5 knopen. Er zat nog wel wat deining in de zee, maar we zeilden tot vlak voor de haveningang.
Alleen onze automatische piloot liet ons om de 5 minuten in de steek en Roger heeft dan het verdere traject maar zelf het roer genomen. De A.P. heeft weer zijn kuren?
Ook zagen we in de verte enkele dolfijnen, maar in vergelijking met de dolfijnen in de Atlantische oceaan, die rond je boot komen spelen, lijken het hier trage ongeïnteresseerde dieren.
Rond 15 uur vaarden we de haven in Ermoûpoli – de hoofdstad van Syros – na 26 mijl binnen. Er zijn 2 havens: één in de stad en één iets buiten de stad, waar we eerst naartoe vaarden. Een mooie haven, met alle voorzieningen, maar geen uitbater, dus geen aansluiting voor elektriciteit noch water en heel verlaten. Zo gingen we dan maar eens kijken naar de haven in de stad, waar we in de verte een driemaster en één zeilboot zagen liggen. Het leek ons goed en we meerden aan, vlak voor een promenade vol terrasjes.
Maar al vlug ondervonden we dat hier een serieuze deining was en zeker als de Ferries aan en afmeerden, zwalpte de boot heen en weer en we moesten de ankerketting inkorten zodat we niet tegen de kade botsten.
Ondertussen waren er een 8 tal boten bijgekomen, en iedereen vloog van links naar rechts om de meertouwen beter te bevestigen en extra stootkussens te hangen of ze hadden stukken.
We denken eraan van morgen toch maar in de rustige haven te gaan liggen, want je kan de boot niet onbewaakt laten liggen.
De lucht was grauw en het was niet echt warm, maar de wind was rustig geworden.
Om 9u30 vertrokken we richting Syros, in de hoop dat de zon toch zou doorbreken en de wind wat zou aanwakkeren en dat gebeurde. Na 5 mijl, moesten we van koers veranderen De wind zat goed, N-NO 3 tot 4 bf.. We zeilden halve wind met een snelheid van 6 à 6,5 knopen. Er zat nog wel wat deining in de zee, maar we zeilden tot vlak voor de haveningang.
Alleen onze automatische piloot liet ons om de 5 minuten in de steek en Roger heeft dan het verdere traject maar zelf het roer genomen. De A.P. heeft weer zijn kuren?
Ook zagen we in de verte enkele dolfijnen, maar in vergelijking met de dolfijnen in de Atlantische oceaan, die rond je boot komen spelen, lijken het hier trage ongeïnteresseerde dieren.
Rond 15 uur vaarden we de haven in Ermoûpoli – de hoofdstad van Syros – na 26 mijl binnen. Er zijn 2 havens: één in de stad en één iets buiten de stad, waar we eerst naartoe vaarden. Een mooie haven, met alle voorzieningen, maar geen uitbater, dus geen aansluiting voor elektriciteit noch water en heel verlaten. Zo gingen we dan maar eens kijken naar de haven in de stad, waar we in de verte een driemaster en één zeilboot zagen liggen. Het leek ons goed en we meerden aan, vlak voor een promenade vol terrasjes.
Maar al vlug ondervonden we dat hier een serieuze deining was en zeker als de Ferries aan en afmeerden, zwalpte de boot heen en weer en we moesten de ankerketting inkorten zodat we niet tegen de kade botsten.
Ondertussen waren er een 8 tal boten bijgekomen, en iedereen vloog van links naar rechts om de meertouwen beter te bevestigen en extra stootkussens te hangen of ze hadden stukken.
We denken eraan van morgen toch maar in de rustige haven te gaan liggen, want je kan de boot niet onbewaakt laten liggen.
Dag 29: maandag 19 mei 2008: Paroikia: Paros.
Enkele boten vertrokken zodat er plaats vrijkwam in de haven en we binnen gaan liggen zijn, waar het heel wat rustiger was.
Vandaag vaarden er veel minder overzetboten, maar nu waren ze de ganse dag een grote boot aan ’t laden met kalksteentjes en kalkgruis, wat de rust in de haven enorm verstoorde. Paros is niet alleen bekend voor zijn mooie stranden, maar ook voor zijn enorme kalkstenen grot wat het laden van de schepen verklaarde.
We hebben de fietsjes boven gehaald en het binnenland wat verkend, waar het wel stil en rustig was met struiken oleanders, rode geraniums en andere mooie paarsrode bloemen.
Het stadje zelf is ook tof met zijn kleine doolhofstraatjes vol winkeltjes, café-tjes en restaurantjes, waar ik me wel een tijdje kon amuseren op mijn eentje, want Roger ging na het fietsen terug naar de boot.
Tegen de avond aan begon het plots hevig te waaien. Geen meltemi, want die komt uit het noorden. Het was een zuidenwind die alles wat niet al te best vastgemaakt was het water in zwierde. Gelukkig lagen we in de haven, maar onze buurman, een charter, je ziet hier niets anders dan charterboten, had zijn loopplank niet goed vastgemaakt, de boot evenmin - maar ja, die was immers toch niet van hem - en ze lag in het water.
Dat werd springen om op zijn boot - of in het water wie weet - te geraken.
Enkele boten vertrokken zodat er plaats vrijkwam in de haven en we binnen gaan liggen zijn, waar het heel wat rustiger was.
Vandaag vaarden er veel minder overzetboten, maar nu waren ze de ganse dag een grote boot aan ’t laden met kalksteentjes en kalkgruis, wat de rust in de haven enorm verstoorde. Paros is niet alleen bekend voor zijn mooie stranden, maar ook voor zijn enorme kalkstenen grot wat het laden van de schepen verklaarde.
We hebben de fietsjes boven gehaald en het binnenland wat verkend, waar het wel stil en rustig was met struiken oleanders, rode geraniums en andere mooie paarsrode bloemen.
Het stadje zelf is ook tof met zijn kleine doolhofstraatjes vol winkeltjes, café-tjes en restaurantjes, waar ik me wel een tijdje kon amuseren op mijn eentje, want Roger ging na het fietsen terug naar de boot.
Tegen de avond aan begon het plots hevig te waaien. Geen meltemi, want die komt uit het noorden. Het was een zuidenwind die alles wat niet al te best vastgemaakt was het water in zwierde. Gelukkig lagen we in de haven, maar onze buurman, een charter, je ziet hier niets anders dan charterboten, had zijn loopplank niet goed vastgemaakt, de boot evenmin - maar ja, die was immers toch niet van hem - en ze lag in het water.
Dat werd springen om op zijn boot - of in het water wie weet - te geraken.
Dag 28: zondag 18 mei 2008: van Naxos naar Paros.
Op zondag werken de douanen en de havenmeesters niet, maar de havenbewaker wel.
Het is tenslotte zondag en we werden gewekt door de luide klokken van de kerk waar de Grieks-orthodoxe priester zijn gezangen uitstrooide over de haven. We dachten dat we in Turkije wakker werden.
We zijn een dagje langer gebleven in Naxos en dat moet bijbetaald worden. Wel dat wordt dan op zijn Grieks geregeld. De bewaker van de haven heeft daar een oplossing voor nl. “Ga een stempel op je transitlog halen en zeg dat je vanavond vertrekt” - Je krijgt slechts een stempel de avond voor je vertrek - maar het havenkantoor om te betalen was reeds gesloten.
Geen nood: “we regelen dat wel” zei hij en we mochten aan hem betalen – “a special price”-dus stond hij vanmorgen reeds aan de boot en vroeg hij de helft van het liggeld… en waar verdween dat? In de pocket . Hij blij en wij blij. Roger kreeg een hand en met een smile tot achter zijn oren zwaaide hij ons rond 10 uur uit.
Het was warm, de zee was al zijn plooien kwijt, dus geen wind en van zeilen was er geen sprake. De motor bracht ons na 17 mijl en rond 13 u ter plaatse in het havenstadje Paroikia.
De automatische piloot had zijn kuren, want hij liet ons regelmatig in de steek. Was er weer een slecht contact? Dat wordt weer zoeken Roger.
We liggen aan de buitenkant van de haven en de veerboten varen aan en af en geloof het of niet, als je iets vast hebt, hou het dan vast want anders ben je het kwijt. Dat lossen we morgen op.
Op zondag werken de douanen en de havenmeesters niet, maar de havenbewaker wel.
Het is tenslotte zondag en we werden gewekt door de luide klokken van de kerk waar de Grieks-orthodoxe priester zijn gezangen uitstrooide over de haven. We dachten dat we in Turkije wakker werden.
We zijn een dagje langer gebleven in Naxos en dat moet bijbetaald worden. Wel dat wordt dan op zijn Grieks geregeld. De bewaker van de haven heeft daar een oplossing voor nl. “Ga een stempel op je transitlog halen en zeg dat je vanavond vertrekt” - Je krijgt slechts een stempel de avond voor je vertrek - maar het havenkantoor om te betalen was reeds gesloten.
Geen nood: “we regelen dat wel” zei hij en we mochten aan hem betalen – “a special price”-dus stond hij vanmorgen reeds aan de boot en vroeg hij de helft van het liggeld… en waar verdween dat? In de pocket . Hij blij en wij blij. Roger kreeg een hand en met een smile tot achter zijn oren zwaaide hij ons rond 10 uur uit.
Het was warm, de zee was al zijn plooien kwijt, dus geen wind en van zeilen was er geen sprake. De motor bracht ons na 17 mijl en rond 13 u ter plaatse in het havenstadje Paroikia.
De automatische piloot had zijn kuren, want hij liet ons regelmatig in de steek. Was er weer een slecht contact? Dat wordt weer zoeken Roger.
We liggen aan de buitenkant van de haven en de veerboten varen aan en af en geloof het of niet, als je iets vast hebt, hou het dan vast want anders ben je het kwijt. Dat lossen we morgen op.
zaterdag 17 mei 2008
Dag 27: zaterdag 17 mei 2008: Naxos.
De bakkers staan hier wel niet zo vroeg op als in België. Ik ging op 9u30 brood halen, maar binnen ½ uurtje zou er pas brood zijn. En ½ uurtje bij de Grieken is niet hetzelfde als bij ons, dus nog wat rondwandelen of wachten.
Roger werd ingehuurd om de boot te poetsen aan de buitenkant en ik binnen. Het was zeer mooi weer en ik ben dan ook maar aan het wassen geslagen.
Vanuit de haven zie je op een heuvel de overblijfselen van het Palatia Sanctuary of Delian Apollo waar we ’s middags een bezoekje brachten na een wandeling door de mooie straatjes van de hoofdstad Naxos, want dat hadden we nog niet gedaan.
Het imposante marmeren portaal is het enige overblijfsel van een 6°-eeuwse Apollo tempel.
Vroeger geloofde men dat het portaal een restant was van het paleis van Ariadne, die op Naxos in de steek werd gelaten door haar minnaar, de legendarische held Theseus.
De haven ligt in het midden van de hoofdstad en het is hier zeer druk met het aan- en afmeren van cruisschepen en vooral overzetboten tussen Athene en de verschillende eilanden. Morgen zullen wij ook weer verder zeilen of varen, afhankelijk van de wind.
De bakkers staan hier wel niet zo vroeg op als in België. Ik ging op 9u30 brood halen, maar binnen ½ uurtje zou er pas brood zijn. En ½ uurtje bij de Grieken is niet hetzelfde als bij ons, dus nog wat rondwandelen of wachten.
Roger werd ingehuurd om de boot te poetsen aan de buitenkant en ik binnen. Het was zeer mooi weer en ik ben dan ook maar aan het wassen geslagen.
Vanuit de haven zie je op een heuvel de overblijfselen van het Palatia Sanctuary of Delian Apollo waar we ’s middags een bezoekje brachten na een wandeling door de mooie straatjes van de hoofdstad Naxos, want dat hadden we nog niet gedaan.
Het imposante marmeren portaal is het enige overblijfsel van een 6°-eeuwse Apollo tempel.
Vroeger geloofde men dat het portaal een restant was van het paleis van Ariadne, die op Naxos in de steek werd gelaten door haar minnaar, de legendarische held Theseus.
De haven ligt in het midden van de hoofdstad en het is hier zeer druk met het aan- en afmeren van cruisschepen en vooral overzetboten tussen Athene en de verschillende eilanden. Morgen zullen wij ook weer verder zeilen of varen, afhankelijk van de wind.
Dag 26: vrijdag 16 mei 2008: Naxos.
Náxos heeft een afwisselend landschap en een schat aan archeologische vondsten uit de Oudheid en de Middeleeuwen, maar je moet ze vinden. We hadden dan maar een auto-tje gehuurd om van dit alles te genieten. Volgens de Mevrouw van “rent a car”: kregen we a new roestige car met blutsen, beulen en schaafwonden, maar het ding heeft ons het ganse eiland rondgebracht, langs slecht onderhouden smalle kronkelende wegen waar je af en toe best stopt voor de berggeiten die rustig de weg oversteken. Het is het grootste eiland van de Cycladen met mooie stranden en een leuke hoofdstad.
Het peervormige Naxos meet van noord naar zuid 35 km. Het oosten van het eiland is droog en verlaten en is gescheiden van het westen door een steile bergrichel die uitloopt in de 1001m. hoge Náxos-Zéfs We zijn er geweest en dan afgedaald omdat we er een archeologische site wilde bezoeken, maar na 10 km langs een smalle slecht onderhouden weg – met afgedankte oude auto’s, waar de nummerplaat afgehaald werd - hadden we nog niets gevonden en er was geen weg verder. Daar stonden we dan. Wat gedaan? Wel terugkeren, wat kan je anders doen? Terug weer bergop naar de vruchtbare vlakten van het westen waar citroenen, sinaasappels, olijven, tarwe, gerst, aardappelen en druiven voor een van de beste wijnen van de eilanden groeien.
Een Byzantijnse kapel bezochten we in Chalkio langs een smal slecht onderhouden voetpadje, maar het was wel de moeite. Chalkio is een pittoresk dorpje met een pleintje waar je een lekkere ouzo kunt drinken in de schaduw van de druivelaars.
De tempel van Dimitri hebben we wel gevonden, weer langs een kronkelend bergwegje.
Ons oud-nieuw roestbakje deed het goed en na 120 km zagen we het voor gezien.
Náxos heeft een afwisselend landschap en een schat aan archeologische vondsten uit de Oudheid en de Middeleeuwen, maar je moet ze vinden. We hadden dan maar een auto-tje gehuurd om van dit alles te genieten. Volgens de Mevrouw van “rent a car”: kregen we a new roestige car met blutsen, beulen en schaafwonden, maar het ding heeft ons het ganse eiland rondgebracht, langs slecht onderhouden smalle kronkelende wegen waar je af en toe best stopt voor de berggeiten die rustig de weg oversteken. Het is het grootste eiland van de Cycladen met mooie stranden en een leuke hoofdstad.
Het peervormige Naxos meet van noord naar zuid 35 km. Het oosten van het eiland is droog en verlaten en is gescheiden van het westen door een steile bergrichel die uitloopt in de 1001m. hoge Náxos-Zéfs We zijn er geweest en dan afgedaald omdat we er een archeologische site wilde bezoeken, maar na 10 km langs een smalle slecht onderhouden weg – met afgedankte oude auto’s, waar de nummerplaat afgehaald werd - hadden we nog niets gevonden en er was geen weg verder. Daar stonden we dan. Wat gedaan? Wel terugkeren, wat kan je anders doen? Terug weer bergop naar de vruchtbare vlakten van het westen waar citroenen, sinaasappels, olijven, tarwe, gerst, aardappelen en druiven voor een van de beste wijnen van de eilanden groeien.
Een Byzantijnse kapel bezochten we in Chalkio langs een smal slecht onderhouden voetpadje, maar het was wel de moeite. Chalkio is een pittoresk dorpje met een pleintje waar je een lekkere ouzo kunt drinken in de schaduw van de druivelaars.
De tempel van Dimitri hebben we wel gevonden, weer langs een kronkelend bergwegje.
Ons oud-nieuw roestbakje deed het goed en na 120 km zagen we het voor gezien.
Dag 25: donderdag 15mei 2008: van Ios naar Naxos.
Het weer kondigde zich goed aan: 4 à 5 bf. N.W. en wij moesten noord varen richting Naxos. ’s Nachts is het nog wel koud, maar de zon was er en om 9 uur vertrokken we met een dun pulletje en short. Een half uurtje later achter de kaap konden we zeilen, wel scherp aan de wind, maar met een gemiddelde van 6 knopen: heerlijk.
De automatische piloot liep regelmatig uit roer, omdat het soms te scherp aan de wind was, de wind aanwakkerde tot 25 knopen en hij het niet meer bijgestuurd kreeg. De kapitein nam dan het roer over en zo konden we nog zeilen tot een 5 tal mijl voor de haven van Naxos.
Tussen de eilanden Naxos en Paros nam de wind af, schiftte en moesten we de Genua oprollen en uiteindelijk het groot zeil ook omdat het te erg begon te flapperen. De motor leidde ons verder en om 14 uur vaarden we de haven binnen na 28 mijl.
Zelf een plaatsje uitzoeken kennen we nu al, maar nu moesten we eerst het anker uitsmijten en dan achterwaarts aanmeren. De ankerketting blokkeerde. Geen paniek, alleen terug een poging wagen en ja het lukte. Er was plaats genoeg.
We hadden serieus honger en ja wat aten we? De overschot van gisteren met een lekker wijntje was voor ons genoeg.
Het weer kondigde zich goed aan: 4 à 5 bf. N.W. en wij moesten noord varen richting Naxos. ’s Nachts is het nog wel koud, maar de zon was er en om 9 uur vertrokken we met een dun pulletje en short. Een half uurtje later achter de kaap konden we zeilen, wel scherp aan de wind, maar met een gemiddelde van 6 knopen: heerlijk.
De automatische piloot liep regelmatig uit roer, omdat het soms te scherp aan de wind was, de wind aanwakkerde tot 25 knopen en hij het niet meer bijgestuurd kreeg. De kapitein nam dan het roer over en zo konden we nog zeilen tot een 5 tal mijl voor de haven van Naxos.
Tussen de eilanden Naxos en Paros nam de wind af, schiftte en moesten we de Genua oprollen en uiteindelijk het groot zeil ook omdat het te erg begon te flapperen. De motor leidde ons verder en om 14 uur vaarden we de haven binnen na 28 mijl.
Zelf een plaatsje uitzoeken kennen we nu al, maar nu moesten we eerst het anker uitsmijten en dan achterwaarts aanmeren. De ankerketting blokkeerde. Geen paniek, alleen terug een poging wagen en ja het lukte. Er was plaats genoeg.
We hadden serieus honger en ja wat aten we? De overschot van gisteren met een lekker wijntje was voor ons genoeg.
Dag 24: woensdag 14 mei 2008: Ios
Ios een klein eilandje met mooie witgekalkte huisjes, muurtjes, straatjes, rond elke steen wit gekalkt op de trappen, op de pleintjes, enfin zoals je zult zien op de foto’s.
Alles witkalken doen ze hier graag en dat wordt blijkbaar elk jaar gedaan, zelfs de stammen van de bomen, zoals dat vroeger bij ons ook werd gedaan.
Ios noemt men het feesteiland bij uitstek, waar elk jaar van juni tot augustus jeugdige feestvierders uit heel de wereld de stranden en disco’s overspoelen. Gelukkig is het buiten het seizoen niet zo druk. Anders waren we hier nooit aangemeerd. We hebben de uitgangsbuurt bezocht met zijn pittoreske smalle straatjes, steegjes, trappen enz. waar weer druk gekalkt wordt zodat de feestvierders na bezatte nachten hun creativiteit tegen de muren en wie weet wat nog kunnen botvieren. Van de Cycladische stijl gebouwde huizen is nog weinig over omdat het opgeslokt is door bars en disco’s.
Maar toch werd onze klimpartij (2km trapstraat) beloond en genoten we van de rustige doolhof van steegjes en gangetjes waar we terecht in kwamen. Worden we oud???
Ios een klein eilandje met mooie witgekalkte huisjes, muurtjes, straatjes, rond elke steen wit gekalkt op de trappen, op de pleintjes, enfin zoals je zult zien op de foto’s.
Alles witkalken doen ze hier graag en dat wordt blijkbaar elk jaar gedaan, zelfs de stammen van de bomen, zoals dat vroeger bij ons ook werd gedaan.
Ios noemt men het feesteiland bij uitstek, waar elk jaar van juni tot augustus jeugdige feestvierders uit heel de wereld de stranden en disco’s overspoelen. Gelukkig is het buiten het seizoen niet zo druk. Anders waren we hier nooit aangemeerd. We hebben de uitgangsbuurt bezocht met zijn pittoreske smalle straatjes, steegjes, trappen enz. waar weer druk gekalkt wordt zodat de feestvierders na bezatte nachten hun creativiteit tegen de muren en wie weet wat nog kunnen botvieren. Van de Cycladische stijl gebouwde huizen is nog weinig over omdat het opgeslokt is door bars en disco’s.
Maar toch werd onze klimpartij (2km trapstraat) beloond en genoten we van de rustige doolhof van steegjes en gangetjes waar we terecht in kwamen. Worden we oud???
Dag 24: dinsdag 13 mei 2008: van Santorini naar Ios.
Met een jeans en een pull vertrokken we om 9 uur, maar de zon liet zich niet wegduwen door de wolken en het werd mooi weer. Alleen de wind zat niet zo best, maar we wilden verder.
Richting Ios is Noord varen en de wind zat noord, 4 à 5 bf. Met stoten van 6bf. Maar het viel nogal mee.
We hadden maar een 30 mijl te varen en waren al om 15 uur in de kleine haven.
Toch heb je enkele malen per dag Ferries en Cat’s die tussen de verschillende eilanden varen en alle boten in de haven door mekaar schudt bij het aan en afmeren en zeker bij het draaien door de grote hoeveelheid waterverplaatsing. Vasthouden wat je vast hebt, of oeps daar ligt het. En hou je zelf ook maar vast, anders gegarandeerd wat blauwe vlekken.
Water en elektriciteit is er in de haven niet, maar we kunnen gerust enkele dagen verder.
In Santorini hebben we onze voorraad ingeslagen.
Met een jeans en een pull vertrokken we om 9 uur, maar de zon liet zich niet wegduwen door de wolken en het werd mooi weer. Alleen de wind zat niet zo best, maar we wilden verder.
Richting Ios is Noord varen en de wind zat noord, 4 à 5 bf. Met stoten van 6bf. Maar het viel nogal mee.
We hadden maar een 30 mijl te varen en waren al om 15 uur in de kleine haven.
Toch heb je enkele malen per dag Ferries en Cat’s die tussen de verschillende eilanden varen en alle boten in de haven door mekaar schudt bij het aan en afmeren en zeker bij het draaien door de grote hoeveelheid waterverplaatsing. Vasthouden wat je vast hebt, of oeps daar ligt het. En hou je zelf ook maar vast, anders gegarandeerd wat blauwe vlekken.
Water en elektriciteit is er in de haven niet, maar we kunnen gerust enkele dagen verder.
In Santorini hebben we onze voorraad ingeslagen.
donderdag 15 mei 2008
De volgorde van de foto's en de tekst kloppen niet meer, maar in Griekenland is alles ook wat chaotisch en dien je, je plan te trekken, dus....
Dag 23: maandag 12 mei 2008: Vlichada: Santorini (Thira).
De wind huilde de ganse nacht en het was koud. Windstoten van 7 à 8 bf. N.-NO hielden ons nog een dagje langer.
Rond 9 uur kwamen er 2 charters binnengevaren, met een 8tal verkleumde personen in dikke pullen en warme mutsen, blij ter bestemming te zijn, maar een ligplaats veroveren is iets anders. ’s Middags werd het warmer en was de zon weer van dienst.
Plots hoorde we Nederlands praten en P.M. logeert hier in het Notos Therme & Spa hotel met zicht op de haven: een chique bedoening. ‘s Middags werden we er uitgenodigd en Maria, een Grieks meisje uit Genk werkt hier. Haar ouders wonen nog in Waterschei. Na haar studies is ze terug naar Griekenland getrokken en voelt zich hier echt thuis. 1x per jaar bezoekt ze haar ouders, maar na 3 weken heeft ze reeds heimwee. Zo zie je hoe klein de wereld is.
Niet alleen Belgen komen we hier tegen, maar wat ons opvalt, zijn de invasies van de Russen. Vriendelijkheid is niet hun sterkste kant en dan varen ze nog onder Duitse vlag. Meer commentaar heb ik beter niet.
Dag 23: maandag 12 mei 2008: Vlichada: Santorini (Thira).
De wind huilde de ganse nacht en het was koud. Windstoten van 7 à 8 bf. N.-NO hielden ons nog een dagje langer.
Rond 9 uur kwamen er 2 charters binnengevaren, met een 8tal verkleumde personen in dikke pullen en warme mutsen, blij ter bestemming te zijn, maar een ligplaats veroveren is iets anders. ’s Middags werd het warmer en was de zon weer van dienst.
Plots hoorde we Nederlands praten en P.M. logeert hier in het Notos Therme & Spa hotel met zicht op de haven: een chique bedoening. ‘s Middags werden we er uitgenodigd en Maria, een Grieks meisje uit Genk werkt hier. Haar ouders wonen nog in Waterschei. Na haar studies is ze terug naar Griekenland getrokken en voelt zich hier echt thuis. 1x per jaar bezoekt ze haar ouders, maar na 3 weken heeft ze reeds heimwee. Zo zie je hoe klein de wereld is.
Niet alleen Belgen komen we hier tegen, maar wat ons opvalt, zijn de invasies van de Russen. Vriendelijkheid is niet hun sterkste kant en dan varen ze nog onder Duitse vlag. Meer commentaar heb ik beter niet.
Dag 22: zondag 11 mei 2008: Vlichada: Santorini (Thira).
Hopla, de zon was verdwenen, het regende en het was bar koud. Had België de zon weer gepikt?
In de haven is het fijn te verblijven, maar vandaag was het koud en zuur weer. Weinig zeilboten en dan nog meestal charters (4). De vissers zijn er niet zo scheutig op, omdat er weinig plaats is en jagen ze weg, maar als de havenmeester komt, krijgen ze wel een plaatsje. De charters trippen gewoonlijk van Athene tot Santorini in 10 dagen en visa versa, wisselen van bemanning, meestal 6 of 8 personen zonder de skipper, op een boot van 47 of 50 voet: allemaal Bavaria’s. Het is hier dus een komen en gaan van verschillende nationaliteiten, die na een ontbijt of avondmaal in Dimitris restaurant boven op de klip, inschepen of naar de luchthaven gebracht worden. Zij blijven meestal maar één dagje in de haven en varen dan verder, goed of slecht weer. Wij kunnen blijven liggen als het nat of koud is of als de wind niet goed zit, maar zij hebben betaald, hebben afspraken met andere havens en moeten verder.
Roger maakte van de gelegenheid gebruik om de boot nog eens een goede beurt te geven. Water kun je alleen krijgen via de brandkraan: ingenieus. Elektriciteit niet, maar de kapitein heeft een akkoord gemaakt met een visser en oeps we hadden elektriciteit.Waarschijnlijk kunnen we morgen ook niet verder zeilen, want de navtex meldt “gale
Hopla, de zon was verdwenen, het regende en het was bar koud. Had België de zon weer gepikt?
In de haven is het fijn te verblijven, maar vandaag was het koud en zuur weer. Weinig zeilboten en dan nog meestal charters (4). De vissers zijn er niet zo scheutig op, omdat er weinig plaats is en jagen ze weg, maar als de havenmeester komt, krijgen ze wel een plaatsje. De charters trippen gewoonlijk van Athene tot Santorini in 10 dagen en visa versa, wisselen van bemanning, meestal 6 of 8 personen zonder de skipper, op een boot van 47 of 50 voet: allemaal Bavaria’s. Het is hier dus een komen en gaan van verschillende nationaliteiten, die na een ontbijt of avondmaal in Dimitris restaurant boven op de klip, inschepen of naar de luchthaven gebracht worden. Zij blijven meestal maar één dagje in de haven en varen dan verder, goed of slecht weer. Wij kunnen blijven liggen als het nat of koud is of als de wind niet goed zit, maar zij hebben betaald, hebben afspraken met andere havens en moeten verder.
Roger maakte van de gelegenheid gebruik om de boot nog eens een goede beurt te geven. Water kun je alleen krijgen via de brandkraan: ingenieus. Elektriciteit niet, maar de kapitein heeft een akkoord gemaakt met een visser en oeps we hadden elektriciteit.Waarschijnlijk kunnen we morgen ook niet verder zeilen, want de navtex meldt “gale
Abonneren op:
Posts (Atom)

