vrijdag 11 juli 2008

Dag 78: maandag 7 juli 2008:Seracusa: Sicilië.

We meerden terug aan aan de kade en ik ging met de vlaggenbrief een autorisatie vragen.
Opnieuw moest ik alles uitleggen, de kapitein in wit uniform met blauwe sjerp, alsof hij van een galabal kwam, werd erbij gehaald, kende zogezegd alleen Italiaans, brabbelde wat met de gekende Italiaanse gebaren en ik kreeg toestemming. We zouden morgen vertrekken als de wind goed zat.
Ik was naar de plaatselijke markt geweest en toen ik terug kwam, Roger was gelukkig op de boot gebleven, werden we aangevallen door een meltemi. De daardoor ontstane binnenkomende ruwe deining duwden de boten richting kade. Dit hadden we nog niet meegemaakt. Iedereen begon de touwen aan te passen, stootkussens bij te hangen, zodat je boot niet tegen de kade zou vliegen. We werden allen een speelbal in de haven en konden niet meer aan wal.
Plots kwam een Costiera roepen dat de Maike III en de Antidote weer moesten vertrekken en 20 m. verder gaan liggen, achter de Marie B, omdat er zogezegd 10 boten binnenkwamen, maar je nu losgooien en dan proberen terug achterwaarts te ankeren aan de kade was om problemen vragen. Ik zwaaide met de autorisatie, maar er was geen zeggen aan. Hij had de opdracht dat alle boten weg moesten en daarmee basta.
Toen de deining wat minderde gingen Roger en Benoit van de Maike III naar de Costiera.
Voor ons was het geen probleem, wij hadden een autorisatie en mochten blijven liggen, maar Benoit, een Fransman, kent Italiaans, heeft danig moeten praten.
Na enkele uren nam de deining af en konden Roger en Benoit terug aan boord. De ganse dag kwamen Costiera’s, in mooi wit kostuum aan en af met de melding dat we moesten vertrekken, telefoneerden gewichtig en dan mochten we weer blijven. We waren geen van beiden van plan om te vertrekken. Emigratiepapieren hebben we ook nog moeten invullen.
Hoe ze hier werken, weten we niet, maar welkom waren we blijkbaar niet. “Typisch Siciliaans” hoor je dan zeggen.
We zetten al deze dingen op een rijtje om ze dan vervolgens door elkaar te gooien. Dan pas konden we een beetje denken als een Siciliaan?
’s Avonds werd de zee rustiger en gingen een ijsje eten aan de overzijde bij Pito.

Geen opmerkingen: