Dag 91: zondag 20 juli 2008: Mahdia Tunesië.
In de veronderstelling dat het vandaag zaterdag was, gingen we winkelen. Alles was gelukkig open. In de soeks is het altijd één en al bedrijvigheid en natuurlijk: de mannen in de meerderheid.
Mahdia was tussen 916 en 946 de hoofdstad van het islamitische Ifriqya, zoals Tunesië toen heette. Mahdia ontwikkelde zich tot een drukke handels- en havenstad en werd in 1999 door de UNESCO tot cultuurstad uitgeroepen – de eerste stap naar de opname op de lijst van het Wereld-cultuurerfgoed.
Mahdia is relatief klein en overzichtelijk en heeft een van de mooiste panorama’s van Tunesië. De oude stad troont op een rots met haar wit schemerende huisjes.
Op de Place du Claire in Café Gamra onder de schaduwrijke bomen gingen we iets drinken na ons geslenter langs de toeristische winkeltjes.
Terwijl de kapitein de filters verving en de olie ververste, ging ik nog even met de fiets de stad verkennen en een internetacces zoeken. Het was druk, veel politie, stranden vol, jeugd op brommertjes snorden je voorbij, werden af en toe door de politie tegengehouden en vermaand voor iets wat ik niet kon onderscheiden. Het enige wat ik zag, was dat ze plots heel klein en onderdanig werden. Ja, de politie straalt hier nog gezag uit.
Hoe later op de avond, hoe drukker het werd. Mannen in witte lange gewaden praten gezellig in hun stamcafés. In de haven zelf werd het rustig. Zelfs de gulzige meeuwen zochten een slaapplaats op.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten