Dag 26: vrijdag 16 mei 2008: Naxos.
Náxos heeft een afwisselend landschap en een schat aan archeologische vondsten uit de Oudheid en de Middeleeuwen, maar je moet ze vinden. We hadden dan maar een auto-tje gehuurd om van dit alles te genieten. Volgens de Mevrouw van “rent a car”: kregen we a new roestige car met blutsen, beulen en schaafwonden, maar het ding heeft ons het ganse eiland rondgebracht, langs slecht onderhouden smalle kronkelende wegen waar je af en toe best stopt voor de berggeiten die rustig de weg oversteken. Het is het grootste eiland van de Cycladen met mooie stranden en een leuke hoofdstad.
Het peervormige Naxos meet van noord naar zuid 35 km. Het oosten van het eiland is droog en verlaten en is gescheiden van het westen door een steile bergrichel die uitloopt in de 1001m. hoge Náxos-Zéfs We zijn er geweest en dan afgedaald omdat we er een archeologische site wilde bezoeken, maar na 10 km langs een smalle slecht onderhouden weg – met afgedankte oude auto’s, waar de nummerplaat afgehaald werd - hadden we nog niets gevonden en er was geen weg verder. Daar stonden we dan. Wat gedaan? Wel terugkeren, wat kan je anders doen? Terug weer bergop naar de vruchtbare vlakten van het westen waar citroenen, sinaasappels, olijven, tarwe, gerst, aardappelen en druiven voor een van de beste wijnen van de eilanden groeien.
Een Byzantijnse kapel bezochten we in Chalkio langs een smal slecht onderhouden voetpadje, maar het was wel de moeite. Chalkio is een pittoresk dorpje met een pleintje waar je een lekkere ouzo kunt drinken in de schaduw van de druivelaars.
De tempel van Dimitri hebben we wel gevonden, weer langs een kronkelend bergwegje.
Ons oud-nieuw roestbakje deed het goed en na 120 km zagen we het voor gezien.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten